✅ Een gratis account geeft je toegang tot meer video nabesprekingen van oefenexamens
Voor het examen bedrijfseconomie moet je veel kennen en kunnen. Het is daarom belangrijk dat je geen tijd besteed aan theorie die onbelangrijk is. Om je te helpen hebben we het door het college van examens in de syllabus in moeilijke woorden omschreven examenstof vertaald in woorden die jij als middelbare scholier kan begrijpen.
Ken jij trouwens het survivalpakket voor je bedrijfseconomie examen in 2025 al? Super duidelijke uitleg-video’s, genoeg oefenmateriaal op examenniveau en video’s waarin we stap voor stap examenopgaven bespreken. Wil je meer weten over de online examentraining? Klik op deze link!
We gaan de volgende examendomeinen nu even stuk voor stuk met je doornemen:
Subdomein A1: Informatievaardigheden gebruiken
1. Je kan doelgericht informatie zoeken, interpreteren, selecteren en verwerken. Voor het centraal examen betekent dit dat je in gegeven (bedrijfseconomische) contexten relevante informatie moet kunnen analyseren en beoordelen.
Subdomein A5: Onderzoeken
5. Je kan in gespecificeerde contexten onderzoek op basis van vraagstellingen uitvoeren en conclusies trekken uit de onderzoeksresultaten. Je maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden. Voor het centraal examen gaat het daarbij om het analyseren en adviseren op basis van de resultaten van een voorgestructureerd bedrijfseconomisch onderzoek.
Subdomein A6: Benaderingswijzen
10. Je kan:
– bedrijfseconomische werkwijzen toepassen;
– bedrijfseconomische begrippen gebruiken;
– bedrijfseconomische grootheden gebruiken;
– bedrijfseconomische relaties analyseren.
Voor het centraal examen gaat het daarbij om het opstellen van bedrijfseconomische werkwijzen, het uitleggen van bedrijfseconomische begrippen en grootheden en het analyseren van bedrijfseconomische relaties.
Video | Hoe gebruik je tijdlijnen om te betalen rente te berekenen over een lening?
Je kan (maatschappelijke) vraagstukken met persoonlijke financiële consequenties herkennen en financieel onderbouwde keuzes maken. Je kan kenmerken van verschillende rechtsvormen beschrijven en, in het bijzonder, het proces voor en rond de oprichting van een eenmanszaak beschrijven en de rol van de ondernemer beoordelen.
Subdomein B1: Persoonlijke financiële zelfredzaamheid
11. Je kan vraagstukken met persoonlijke financiële consequenties herkennen en analyseren en (financieel) onderbouwde keuzes maken. Voor het centraal examen betekent dit dat je de financiële consequenties van persoonlijke vraagstukken kan uitleggen en berekenen (korte en lange termijn) en hierover een advies kan uitbrengen.
Subdomein B2: De oprichting van een eenmanszaak
12. Je kan het proces voor en rond de oprichting van een eenmanszaak beschrijven, in de rol van ondernemer toepassen en analyseren. Voor het centraal examen betekent dit dat je het proces voor en rond de oprichting van een eenmanszaak kan uitleggen en in de rol (en de keuzes) van de ondernemer hierin kan beoordelen.
Subdomein B3: Van eenmanszaak naar rechtspersoon
13. Je kan de belangrijkste kenmerken van verschillende rechtsvormen beschrijven. Voor het centraal examen betekent dit dat je de verschillende rechtsvormen kan uitleggen.
Subdomein B4: Perspectief op de organisatie
14. Je kan de rol en plaats van de organisatie in de maatschappij beschrijven. Voor het centraal examen betekent dit dat je de rol en de plaats van de organisatie in de maatschappij kan uitleggen.
Video | Wat is een rechtspersoon nu precies? Na deze video weet je het!
Je kan de interne organisatie van een organisatie beschrijven en deze relateren aan de doelstelling en aard van de organisatie. Je kan personeelsbeleid beschrijven en daarbij de relatie leggen met de doelstelling en de aard van de organisatie.
Subdomein C2: Personeelsbeleid
17. Je kan personeelsbeleid/HRM beschrijven en daarbij de relatie leggen met de doelstelling en de aard van de organisatie. Voor het centraal examen betekent dit dat je het personeelsbeleid van een organisatie, met behulp van concrete voorbeelden, kan uitleggen in relatie tot de doelstelling en de aard van de organisatie (inclusief de relevante wet- en regelgeving).
Video | De vakbond en de ondernemingsraad
Je kan bij een investeringsvraagstuk noemen welke gegevens relevant zijn, uitleggen of een investering economisch zinvol is en hierbij verschillende investeringsselectiemethoden analyseren en beoordelen. Je kan vanuit het perspectief van een organisatie de werking van de vermogensmarkt uitleggen. Je kan in de context van een financieringsvraagstuk de redenen voor het aantrekken van verschillende types vermogen noemen en uitleggen welke risico’s financiering met vreemd vermogen met zich meebrengen.
Subdomein D2: Financieren
20. Je kan vanuit het perspectief van een organisatie de werking van de vermogensmarkt beschrijven.
Voor het centraal examen betekent dit:
20-1. dat je de verschillende financieringsmogelijkheden voor een startende eenmanszaak kan analyseren.
20-2. dat je vanuit het perspectief van een organisatie de werking van de vermogensmarkt kan analyseren.
21. Je kan in de context van een financieringsvraagstuk de redenen voor het aantrekken van verschillende types vermogen onderscheiden.
Voor het centraal examen betekent dit dat je vanuit het perspectief van een organisatie (een onderneming met aandeelhouders, al dan niet beursgenoteerd) de redenen voor het aantrekken van verschillende types vermogen kan analyseren.
22. Je kan aangeven welke invloed de wijze van financieren heeft op het risico en geëist rendement van het eigen en vreemd vermogen.
Voor het centraal examen betekent dit dat je kan analyseren welke invloed de wijze van financieren heeft op het risico en geëist rendement van het eigen en vreemd vermogen.
Video | De vermogensmarkt
Je kan uitleggen wat marketing inhoudt, kan marketingdoelstellingen opstellen en kan uitleggen op welke wijze deze doelen gerealiseerd kunnen worden en op welke wijze marketing uitwerkt op de consument en de maatschappij.
Subdomein E2: Marketingbeleid
25. Je kan het marketingbeleid van een organisatie beschrijven, analyseren en alternatieven op hoofdpunten afwegen. Voor het centraal examen betekent dit dat je het marketingbeleid kan beoordelen in relatie tot het begrip klantwaarde propositie.
Video | Klantwaardepropositie
Je kan financiële feiten inventariseren en financiële overzichten opstellen. Je kan financiële en niet-financiële informatie analyseren en het belang van beide uitleggen voor het besturen van de organisatie. Je kan voor een handelsonderneming of dienstenonderneming de verschillende kostensoorten noemen, de winst berekenen en de verschillen analyseren.
Subdomein F1: Vastleggen van financiële en niet-financiële informatie
28. Je kan financiële feiten inventariseren en verwerken tot financiële overzichten. Voor het centraal examen betekent dit dat je financiële overzichten kan opstellen en analyseren.
29. Je kan financiële en niet-financiële informatie onderscheiden en het belang van beide uitleggen voor het besturen van de organisatie. Voor het centraal examen betekent dit het noemen van financiële en niet-financiële informatie en het belang ervan uitleggen voor het besturen van een organisatie.
Subdomein F2: Kosten- en winstvraagstukken
30. Je kan met behulp van diverse methoden de kostprijs berekenen en de verkoopprijs vaststellen.
In dit domein beogen we te laten zien hoe het management van een organisatie inzicht krijgt in de samenhang tussen opbrengsten, kosten en resultaten. Het doel moet zijn dat de organisatie goed inzicht krijgt in de opbrengsten en kosten die aan een periode toegerekend worden en in de kosten die toegerekend kunnen worden aan de geleverde diensten. Ook dien je inzicht te hebben in het onderscheid tussen constante en variabele kosten.
31. Je kan voor niet-industriële organisatie de voorcalculatorische en de nacalculatorische resultatenrekening opstellen, verschillen verklaren en passende beheermaatregelen afleiden.
Video | Verschillenanalyse
Je kan een eenvoudige jaarrekening van een organisatie analyseren.
32. Je kan de jaarrekening van een organisatie (zoals een MKB-bedrijf) analyseren en evalueren.
Voor het CE betekent dit dat je een jaarrekening van een organisatie zoals een MKB bedrijf kan analyseren en beoordelen.
Video | Rentabiliteit van het eigen en totale vermogen
Je bent goed bezig geweest! Weet je nog niet precies hoe je de voorbereiding op het examen aan wil pakken? Check dan de online examentraining met alles wat je nodig hebt om te slagen voor bedrijfseconomie. Klik op de onderstaande knop.
Meer info over de online examentraining *
* Gebruik kortingscode "examen-bedrijfseconomie" voor €5 korting